Boek Nederlands

Zout

Marc Reugebrink (auteur)

Zout

Marc Reugebrink (auteur)
Genre:
‘Het was André Met De Honden die ons het eerst over de vondst van het zout vertelde. We zaten aan de ronde eikenhouten tafel in De Burggraaf en wachtten in de schemer die nu al weken van ’s ochtends tot in de late middag over Lende hing op het licht. De velden waren drassig, de bossen rondom dropen van het water, de wegen en paden in de wijde omtrek waren modder en slijk.’

Baron van Rü
Titel
Zout
Auteur
Marc Reugebrink
Taal
Nederlands
Uitgever
Amsterdam: Em. Querido's Uitgeverij, 2019
149 p.
ISBN
9789021415345 (paperback)

Beschikbaarheid en plaats in de bib

Besprekingen

Vermakelijk verhaal over Zout in Lende

In het Twentse plaatsje Delden staat het enige zoutmuseum van Nederland. Bezoekers krijgen er te horen hoe men eind 19de eeuw op het nabijgelegen landgoed Twickel op zoek ging naar een bron met drinkbaar water. Het enige wat men vond was zout. Deze geschiedenis inspireerde dichter en romanschrijver Marc Reugebrink (1960) tot zijn vermakelijke, historische verhaal Zout.

Reugebrink heeft de plaatsnaam veranderd in Lende (kort voor Ellende?) en het landgoed waar de baron met zijn vrouw resideert, heet nu 't Raesfelt. Zij krijgen bezoek van een ingenieur, die lang naar 'het blauwpaarse vlies op de thee in zijn kopje' staart en zo brutaal is om te beweren dat het water uit de slotgracht, waar ook de beertonnen in worden geleegd, niet echt geschikt is als drinkwater.

De barones begrijpt opeens waarom ze zich zo ziek voelt en weigert nog een drup van het smerige water te drinken. Ze wordt nog zieker en vervalt tot waanzin. De baron zet alles op alles om schoon drinkwater voor zijn geplaagde vrouw te vinden. Hij heeft geen idee waar te beginnen, maar trommelt een paar dorpsbewoners op en laat hen gat na gat boren.

Reugebrink heeft voor de wij-vorm gekozen om de dorpsbewoners een stem te geven, bij voorkeur vanuit hun stamtafel in café De Burggraaf. Zijn ze klaar met klagen (waarom naar water zoeken zo lang er voldoende alcohol is?), …Lees verder

Zout

Eerste zin. Het was André Met De Honden die ons voor het eerst over de vondst van het zout vertelde.

In het fictieve Nederlandse dorpje Lende is op het einde van de negentiende eeuw alles peis en vree. Baron van Rüdersdorf Helmstadt zwaait er onder het goedkeurende oog van zijn eega Agnes Christina de verlichte plak terwijl het gewone volk vanuit De Burggraaf de wereld gadeslaat, zwijgend, instemmend en met een fikse jenever in de hand. Tot een buitenstaander zijn intrede doet en de baron erop wijst dat het water dat hij drinkt uit de Buschbeek komt en dat dat ook de beek is waarin fabrieken hun afvalwater lozen en boeren hun beerton spoelen. Tot hier en niet verder, besluit de baron verschrikt, waarna hij zijn knecht Arend beveelt een put te graven, op zoek naar sprankelend fris water. Wat ze vinden, is echter iets heel anders: brakke, muffe modder. De wat simpele André, immer gevolgd door de honden waarvan hij met klem ontkent dat ze van hem zijn, is ervan overtuigd dat het tijdperk der aardse wrake aangebroken is. Hij weet immers dat alle land op de zee drijft, en d…Lees verder